In een glazen pot

Als een idioot! Zo voel ik me vandaag, want ik ben verdwaald. In mijn eigen doolhof worstel ik. Hoe zal ik hieruit komen? Het doel van mijn reis in Peubla, Mexico, is begonnen: in residency bij Arquetopia. Dat het programma lijvig is, weet ik voordat ik er aan begin. En toch… de wending die dit proces aanneemt, maakt mij kwetsbaar en heel klein.

Aangezien we in deze residency niet volledig aan ons lot zijn overgelaten, worden we regelmatig via individuele kritiek een spiegel voorgehouden. Dit is bedoeld om ons individiuele proces te sturen. Denk niet dat we hierbij niet in het diepe worden gegooid.

indrukken van onze ‘printmaking’ klas

Dinsdag en tijd voor kritiek. Mijn eigen drang rust als een enorme blok op me, waarvan ik me vandaag extra bewust. Ik ben de klus helemaal kwijt geraakt. Het is week drie van de zes tijdens de residency. Hoewel ik steeds uitkijk naar de 30 minuten voor reflectie, ervaar ik nu frustratie. Naar mijn gevoel ontstaat een katastrove. Met een niet te plaatsen gevoel verlaat ik de kamer waarin ik tot hartverschurende inzichten kom. Samen met de begeleiding zijn er frustrerende conclussies getrokken. Het programma, dat bestaat uit workshops, seminars, site trips en een zelf sturende proces, neemt me mee naar een turbullent moment. Het woord ‘schaamte’ dekt de lading nog nieteens, om te beschrijven hoe ik me voel. En mijn hoofd is nog in de war. Vandaag verdrink ik. De bodem van een onbekend gebied blijft wel ver weg voor me.

Ik vind een bijna dode vogel op balkon. Mijn poging om het nog te laten leven mislukt. Het lijkt erop dat het tegen een ruit is gevlogen. Ik herinner me taferelen uit mijn jeugd waarbij vogels tegen ruiten aanvliegen in Commewijne, Suriname. Met een sproei-ritueel van water over hun kop brengen we zo een half dode dier weer tot leven. Deze keer sterft deze vogel nog voordat ik bij een kraan aankom.

Geen idee wat te doen met het dode dier. Ik besluit het in een glazen pot te doen, want ik kan het niet opbrengen om het op een onrespectvolle wijze weg te doen. Dus besluit ik het te bewaren. ‘Het zal ergens toe dienen’, overtuig ik mezelf. En de pot met inhoud gaat bij mijn spullen in onze studio. Voor de andere deelnemers lijkt het erop dat door toedoen van mij er nog een regel zal ontstaan: geen dode dieren toegestaan in de studio. Maar zo makkelijk laat ik me niet weerhouden van het plan om mijn vonds op te bergen.

Zo heb ik ruimte iets met het verrottende dier te doen. In mijn dagboek van deze periode staan overigens aantekeningen over de relatie van verrotting en thema’s voor mijn zelf sturende project: aarde, dood, leven en wedergeboorte. Daarom zal ik het dode dier niet zomaar laten gaan. Bovendien fascineert de volgende overtuiging mij ontzettend: in termen van materie is rotten letterlijk het terug gaan naar het niets en tegelijk symboliseert het ook de weg naar het al in spirituele zin.

mijn gevonden schat: de dode vogel in de glazen pot

Het idee om het rottingsproces van mijn gevonden schat te vertalen naar een abstract schilderij mag uniek zijn, het is lang genoeg geen vrijbrief voor een makkelijke reflectie op deze dinsdag. Gevangen in het onfunctioneren van mijn gedachten, zit ik als een sombi erbij. ‘Waar te beginnen met het beantwoorden van deze vragen’, schiedt door me heen. In mijn hoofd loopt maar een zin te zeuren: ‘Oh fuck… eerst verslaap ik me en nu zit ik hier te lummelen.’ Met dit oordeel is de confrontatie van al die vragen niet makkelijker. Ik zit met een mond vol tanden. Dan geef ik toe: ik kan niet in op de vragen, want in plaats van de opgestuurde literatuur te lezen, houd ik me bezig met het boek “Dying for Ideas”. ‘In deze ontmoeting kan ik me helemaal niets bedenken.’ Zo reageer ik in mezelf wanneer mij wordt gevraagd wat mijn shaduw is, oftewel welke vorm mijn werk betekenisloos maakt. In alle eerlijkheid waarmee ik me kan verpakken, geef ik me over en vertel dat ik geen idee heb waar het overgaat.

Dat ik geen van de readings die wij ontvangen heb doorgenomen, eist zijn tol. Waarom ik nu voor een blokkade sta, is mijn eigen schuld. Er wordt van me verwacht de existentiele boeken met rust te laten. ‘Existential becomes emotional’, wordt me nog eens nagezegd. Ook het deel van ons gesprek over vragen waarmee ik zelf zit, of waarmee ik de toeschouwer van mijn werk wil verheerlijken, is uitzichtloos. Alles lijkt op onduidelijke woorden in een vreemde taal. Taylor Lee, een van de participanten, zegt me na onze presentaties op de dag van onze studio kritiek: ‘you are the bird in the jar.’ Deze zin zuist nu opnieuw over en weer doormijn hoofd.

indrukken van onze studio kritiek

De feedback die ik ontvang bij onze studio kritiek, om ver weg te blijven van Westerse kunst en voorlopig niet naar schilderijen te kijken, is ineens nog mysterieuzer. Dat mijn installaties sterker zijn, doet er nu ook niet toe. De opmerking van de begeleider, dat mijn werk me in een duidelijke richting duwt, is verwarrend geworden. ‘Waar duwt het werk me dan naar toe?’, vraag ik me af. In de duisternis waarin ik me bevind hoor ik alles weer: duiken in de iconografie van vogels, de opdracht om over het idee van waar boodschappen en signalen komen na te denken en hierop te focussen, mijn thema’s in de ruimte van kennis plaatsen, het hart en het hoofd als contra gebruiken… Dit zijn allemaal zaken die mij in deze glazen pot moeten leiden. Als ik zelf de vogel in die glazen pot ben, moet ik dus iets te vertellen hebben: Dood of Levend!