Een hoogte punt

De ziel die niet eet, consumeert zichzelf. Zo beweert Simone Weil, en voegt daaraan toe: ‘the eternal part consumes the mortal part of the soul and transforms it… the hunger of the soul is hard to bear, but there is no other remedy for our disease.’ Zo duidt ze eten, zich uithongeren of opgegeten worden als spirituele ervaringen, de zelf-overstijgende manieren. Een qoute die me aanspreekt is:

The beauty of the world is the mouth of a labyrinth. The unwary individual who on entering takes a few steps is soon unable to find the openning. Worn out, with nothing to eat or drink … he walks on without knowing anything or hoping anything … But this affliction is nothing compared with the danger threatening him. For if he does not lose courage, if he goes on walking, it is absolutely certain that he will arrive at the center of the labyrinth. And there God is waiting to eat him. Later he will go out again, but he will be changed, he will have become different, after being eaten and digested by God. 

– SIMONE WEIL

Ik denk aan dat eten, het uithongeren en opgegeten worden van Weil, terwijl ik over de helft van de residency bij Arquetopia ben. Hierover lees ik in een boek dat ik op advies van mijn begeleider onafgemaakt heb laten liggen. ‘OK… op weg naar Peru pak ik weer op waar ik gebleven ben’, beloof ik mezelf. Het boek voedt wie wil met de weg om te sterven voor je ideologie. Een bijna volledige tegenstelling met onze focus bij Arquetopia, om onszelf los te koppelen van ons werk.

Intussen zijn we klaar met de lessen waarin we over druktechnieken leren. Dus kan ik helaas niet meer vol belanstelling uitkijken naar deze klas. ‘Ik zou best voor een jaar terug naar Mexico willen komen en me alleen met druk technieken bezig houden, om me nog meer erin te verdiepen.’ Zo kijk ik terug op deze meditatieve vorm van werken. Het heeft me meegenomen naar verschillende hoogte punten. En het zelfsturende proces, daarmee neemt de begeleiding me mee in de diepte.

Indrukken van de laatste opdracht ‘print making’ klas.

Weer lijk ik niet zo goed te weten hoe om te gaan met het zelfsturende proces. Van identiteit gaan naar subjectiviteit, om onszelf los te koppelen van ons werk – wat ik graag ook echt wil – is verdomd moelijk. Ik geloof zelf dat het niet mogelijk is in zes weken. Overtuigd ben ik zeker dat dit een goede methode is dat het werk zichzelf kan overstijgen. Wat ook mijn bedoeling is bij de keuze om te werken met de aarde als basis voor inspiratie. ‘Hiermee geef ik mezelf ruimte om zelf niet het middelpunt te zijn in wat ik maak’, denk ik. Dus kies ik ervoor om mij te concentreren op ‘Aisa Aya’, de ziel van moeder aarde. Nog mooier lijkt het om het idee in relatie te brengen met de dood en wedergeboorte, in de hoop nieuwe inzichten op te doen.

Tijdens mijn zoektocht naar hoe het planeet waarop wij wonen te gebruiken als inspiratie stuit ik op een heleboel uitdagingen. Eerst denk ik na over hoe ‘moeder aarde’ uit te drukken op canvas, met verf en penceel. Dit is een opdracht van mijn begeleider, om te werken vanuit iets niet Westers. Al in het eerste gesprek met hem, komt dit niet witte denken naar voren, en wordt gedurende de hele reis hier een worsteling.

Ik blijf het proberen. Al werkend aan deze uitdaging kom ik tot het inzicht dat kleur me echt niet meer fascineert. Tenminste, een veelheid aan velle kleuren frustreert me meer dan dat ik er plezier mee heb. En… ik vrees dat ook schilderen me niet voldoende bevredigt. ‘Mag dat wel van mezelf?’, vraag ik me stilletjes en voorzichtig af.

Probeersels op canvas.

Hoewel ik er nog niet uit ben, overtuig ik mezelf ervan dat het komt. Ik krijg de opdracht om de vogel in die glazen pot te verbinden met mijn thema. En dat allemaal moet ik brengen in de ruimte van kennis. Voor mijn volgende meeting heb ik een opdracht die me erg bezig houdt. Hoe zal ik duiken in die diepte? Of verder werken op een manier zoals Annette, een van de docenten, zegt: ‘power can be challenged’. RADICAL IMAGINATION, een van de zaken waarmee ze indruk maakt op mij, gaat weer door mijn hoofd!

Hier worden we getrokken naar plaatsen waar ik in eerste instantie niet makkelijk kom. Het zijn gebieden van mijn brein die confronteren en in mijn hart scheuren openen. Waarom denk je dat het decentreren van mezelf in het werk zo lastig is? Het besluit dat is genomen tijdens de individuele kritiek, om te concentreren op datgene wat mij het meest fascineert, lijkt gelukkig wel ergens naar toe te gaan. De dood! Maar toch, de studio kritiek – waarin ik langzaam de diepte in ga – verloopt niet bepaald makkelijk. Alle drie de docenten willen de dingen horen in een bepaalde context, waar ik zelf nog niet zo gewend aan ben. Uiteindelijk lukt het. Ik durf te zeggen: ‘I thought of using it, because it is familiar in my country and has a history.’ Het gaat dan om een item uit mijn lijst als gevolg van mijn opdracht, wat nu nog mijn geheim mag zijn.

Nu ik besluit te duiken in de diepte, wil ik ook de rust en stilte opzoeken. Zoals Mackenzie’s analyse luidt: ‘so we will lose you again for at least 3 days, because after every critique you are gone in your world… and critique is every week, so you are pratically gone a half week all the time.’ Ja, ik ben inderdaad veel bezig in gedachten en dan moeilijk bereikbaar voor interactie. Dat is mijn manier van verwerken. Vaak baal ik van het gevoel dat me vangt, op momenten waarom van me wordt verwacht iets te zeggen van het proces en ik nauwelijks wat te vertellen heb.

Het bloggen over het proces hier vind ik leuk. En het helpt trouwens ook om een heleboel te verwerken. Maar als ik de stilte opzoek en luister naar waar het proces mij naar toe duwt, wordt het bloggen een afleiding. Kortom, het is nu tijd om mij af te zonderen – alleen verder te reizen – en verder te zoeken naar de wijze waarop ik verder invulling wil geven aan de opdracht die we allemaal meekrijgen: To what extand can we challenge the rules of the game?