Verder opzoek

Hoertjes en druks. Dit zijn de eerste dingen die mij werden aangeboden toen ik in Iquitos arriveerde. Daarna vielen het aantal eetgelegenheiden en jungle touroperators op. Ik had op dat moment echt geen behoeften aan seks, druks en touristische attracties en liet het allemaal aan mij voorbij gaan. Vriendelijk zei ik: ‘Muchos gracias!’ Waar ik wel behoefte aan had, was een diepe wens. Die droeg ik de hele tijd met me. Met een boot vertrok uit Pucallpa, waar ik mijn Artist In Resedency had afgerond. Gedurende deze hele reis met de boot was ik mij ervan bewust dat ik een wens had, wat voor een groot deel mijn houding bepaalde. Die wens was om Ayahuasca, een spirituele drank, te drinken. In 2016 hoorde ik voor het eerst ervan. Om het goed te doen, moest ik het in Peru ervaren. Zelf geloofde ik dat de beste manier een niet zo touristische was. Dus ging ik samen met mijn partner, die mij in Peru is tegemoet gekomen, op zoek naar de shamaan die bij ons paste.

Een week lang zaten we in de jungle. Ik ervoer drie Ayahuasca sessies en hij durfde wel een vierde aan. Dit was een andere ervaring dan die met een groep kunstenaars. Het grootste succes van de reis was niet de Ayahuasca; dat dacht ik wel bij mijn vertrek uit Suriname. Tijdens de periode met de andere kunstenaars maakte ik zoveel dingen mee, die grote invloed op mij hadden. Bijvoorbeeld: interessante vragen over mijn werk en materiaalgebruik die opdoken in Mexico. In Peru werd ik flink geconfronteerd door mijn ego, die me wat ongemakkelijk maakte en waarvan het me af en toe de vraag voorhield: ‘moet ik dit wel doen?’ Ik was uiteindelijk wel blij en tervreden. Stilletjes had ik veel waardering voor Diana, de presisent van Centro Selva. Haar drive, om mensen te motiveren voor gratis arbeid en om materiaal gesponsord te krijgen, was geweldig. Het vertrouwen dat ze had in een voorstel dat ik indiende voor deelname was bijzonder. Zodoende ontstond het maken van “Aisa Aya” nu wel op een van de drie plaatsen.

Enkele indrukken van het werken met Peruanen.

De ervaring met de mensen tijdens het bouwen van het kunstwerk was speciaal, met name hun bereidwilligheid om samen te werken. Verschillende beelden, ervaringen en datgene wat ik leerde, maakten dat ik meer dan ooit besefte: ‘Ik maak deel uit van de 21ste eeuw’. Problemen – als het omgaan met afval in het milieu en participatie – zag ik als de uitdagingen die mijn tijd op weg bezig hielden. Mijn fascinatie bleeft toch het groots voor wat mens-zijn is. Hoewel ik nog niet helemaal eruit was hoe alle inspiratie te vertalen naar nieuw werk, was ik al die tijd bewust dat ik enerzijds contact zocht met anderen, terwijl datzelfde contact mij ook leidde tot veel frustratie. Een van de frustraties was bijvoorbeeld de gedachte: ‘hoe kan ik een paar wroko bakru’s meenemen naar Suriname, die kunnen bijdragen zodat het land de voedselschuur van tenminste het Caribisch gebied kan worden?’