I Kroywara I

‘Hoe kan jij jezelf nu verbranden?’, vraagt mijn ziel aan mijn ego. Zo begint een zoektocht naar stilte: naar het niets. Dan denk ik aan een term die ik ooit hoorde: KROYWARA.

Dit is de benaming voor het proces waarin houtstapels, van onvoldoende verbrande boomstammen en takken, worden gemaakt en verbrand. Het is een ritueel voor het aanleggen van kostgrondjes. Deze naam verwijst naar  de beschadiging van de natuur met korte termijn effecten. De schade is beperkt, en het gebied waar dit gebeurd wordt door de verbrandingsresten vruchtbaarder. Ik herinner me deze term van vroeger. Als kind op vakantie bij grootouders, wanneer ik met hen naar hun kostgrondje mee mag, hoor ik mensen die term gebruiken. Als artistiek proces maak ik I KROYWARA I ervan, wat betekent: als ik met je meeloop, loop jij met me mee.

De idee van het meelopen wil ik diepzinnig toepassen, zoals bij dodenverering. Maar ook in het dagelijks leven: anderen bijstaan voor zover ik daartoe in staat ben. ‘Je bent per slot van rekening mens bij gratie van collectiviteit’, zeg ik mezelf nog na. Je kunt Kroywara beschouwen als de Afrikaanse filosofie Ubuntu (ik ben door wat jij bent) en het Maya begrip Inlakech (jij bent een ander ik en ik ben een andere jij).

Met KROYWARA ervaar ik dus een reis: met de dualiteit van mijn ziel, met de ander die tevens mijn andere zelf is. Want ik hebt als mens behoefte aan de interactie met anderen, maar tegelijk wil ik ook met mezelf op reis.