De Samenvloeing

Die kakkerlak zei het altijd al: ‘de plek waar je graag alleen zit is machtig.’ Dan zit rustig uit te kijken op de samenvloeiing van de Suriname- en de Commewijnerivier. Twee waterwegen houden vanaf hier de handen vast, om als eenheid over te gaan in zee. Ik kijk naar achter en naar voren in het leven, soms een beetje verdwaald. 

In een tijdelijke atalier had ik ook een fantastisch uitzicht op het IJ, een voor Amsterdam belangrijke rivier. Toen was ik drie maanden in Nederland, mijn eerste keer in Europa. Dat ik er verdwaald van zou raken, had ik me niet voorgesteld. Na deelname aan een kunstfestival in Noordwijk belande ik bij Dedato. Hier heb ik twee maanden lang drie dagen in de week meegelopen. Stage lopen in een Nederlands bedrijf is niet verkeerd, dacht ik. Ik speelde een beetje en ontdekte nieuwe dingen, zoals Le Courbusier. Op de andere dagen probeerde ik aan de slag te gaan met schilderen in een bestemmingsloze ruimte van dat ontwerpbureau. Of ik bezocht musea, wat de Europese ervaring eigenlijk ‘zwaarder’ maakte. Ik werd geconfronteerd door al dat kunst snuiven. In dat tijdelijke atalier trok ik mij daarom regelmatig terug. Maar het schilderen lukte echt niet. Vaak zat ik met een jointje om alle indrukken te verwerken, of braaf aan de computer te tekenen.

 

Enkele indrukken van de periode bij Dedato.

Toen ik terug was in Suriname en ik lekker te Nieuw Amstedam zat, die samenvloeing, besefte ik dat ik in de war was. “Weet je wel wat je verder gaat doen?”, klinkt het. Wat op dat moment zeker vast stond, is dat ik mijn studie Infrastructuur aan het Polytechnic College (PTC) zou laten. ‘Daarmee bevredig je jouw ziel niet.’ Dit geklets van EzinomraH, die kakkerlak, hield me bezig. En ‘ik vind niet wat ik zoek’, constateerde ik zelf. Dat gefluister van EdKe, mijn andere alterego, moest me rustig maken. Deze vlinder en die kakkerlak zijn twee tegenstaanders in me, waarvan ik toen als vond dat ze eens moesten gaan samenwerken. ‘Kunnen jullie de rivieren op deze plek niet als voorbeeld gebruiken?’, vroeg ik me nog alleen maar af.

Vanaf waar die twee rivieren samen verder gaan, vroeg ik me ook af: ‘Wat dan..?’ Lang terug kwam ik al hier, op dagen waarop ik geen zin had om zoveel uren les te volgen op school. Meestal heb ik iets bij mij, om de dialogen in mij op te vangen. Misschien komt er ooit nog een dag waarom ze me ook leiden naar een samenvloeiing.