Rites voor de zon

Weer op pad. De eerste week in Mexico en ik ben al iets minder enthousiast. Dat ik mijn portemonnee kwijt ben, is kers vers. Maar ik probeer er alles aan te doen mij te concentreren op leuke dingen. En ja, ervaringen die mij energie geven, nemen me mee naar het genot en de inspiratie die ik nodig heb.

Het voornemen om te genieten wordt ruimschoot beloond. Tijdens het zoeken naar ‘Museo Natiional de Arte’ loop ik regelrecht in een Inheems ritueel. Een groep mensen in prachtige kleding, met decor dat letterlijk van kop tot teen is aangebracht. Ze zijn mooi. Er wordt muziek gemaakt, gedanst en heel wat gedeeld. Ook ik krijg een zoetigheid en smul lekker mee: van het ritme, dat beeld en die lekkernij. De geur van wierook slaat me bijna omver en een glimlach ontvouwt zich op mijn gezicht.

Dansende mensen, en zoveel anderen die staan te kijken. Ik heb plezier. Wat ik hier zie voelt niet als een attractie voor touristen. Een vrouw loopt plechtig mensen met wierook in te zegenen. ‘Ik wil me ook laten inzegenen’, komt gelijk in me op. Maar ik durf niet al filmend in de rij te gaan staan voor dat rookbad. Ik stel het uit tot straks en ontdek dat de inzegening alleen voor mensen van het ritueel is. Dit alles gebeurt voor het museum dat ik vind. Een dubbele beloning op deze zondag dus. Dat men met hun ritueel ode uitbrengt aan de zon is duidelijk. Een man en een vrouw maken samen bewegingen met hun opgeheven armen die wijzen naar de zon. Een van hen heeft wierook in de handen. Wat de ander bij zich heeft, weet ik niet.

Doordat ik de plechtigheid van de Inheemsen ervaar, groeit het enthousiasme waarmee ik uit Suriname vertrek weer. ‘Het kwijtraken van mijn portemonnee is een offer aan moeder aarde of de Mexicaanse goden’, fluister ik mezelf in. Daarmee laat ik los, en ik zet de intenties voor deze reis in: ‘kom hier iets halen en uiteraard ook brengen’. Zo besluit ik om de volgende dag naar Teotihuacan te gaan. Daar zijn de priramiden van de maan en die van de zon. Als een kind dat zijn eerste fietsrit gaat maken, verheug ik me op de rit naar die plek.

De volgende dag is het zo ver. Bij het ontbijt praat ik met anderen in de hostel over hoe de dag in te vullen, en ik plan wat te doen. Nik, een van de andere heren, is ook voornemens naar de piramiden te gaan. We besluiten dat samen te doen. Dan komt het: 11 uur en nog is Nik niet klaar om te gaan. Het is alsof hij nog half slaapt van het feesten en drinken de avond ervoor. Tot zijn rituelen voor vertrek behoren: telefoon opladen en pinnen. Wie mij kent, zal bedenken dat mijn ongeduld op de proef wordt gesteld. Maar ‘ach…’ denk ik bij mezelf. ‘…laat het maar gaan zoals het gaat.’

Een taxirit van de oudste taxichauffeur ooit in mijn leven gezien, brengt ons naar een busterminal. Je moet niet denken dat de man aan het stuur zijn leeftijd eer doet. Des duivels rijdt hij, alsof hij doorheeft dat een van ons zich opgehouden voelt. Die rare blik van de ander naar mij en het gelach van ons beiden als we in de taxi stappen, blijken tijdens de rit een onterechte oordeel. Na de busrit merk ik op dat ons tempo niet verandert, dus geef ik me helemaal over eraan.

image

Op de plek des verlangen. Voordat de tocht naar de piramiden begint, verwen ik mezelf met een houten masker. Ik kies bewust voor een uit de Maya cultuur. Misschien door de show die ik maak vooraf aan deze investering, ik krijg een cadeautje erbij van de verkoopster: een maskertje van dood en leven. Dit lijkt de aftrap van het programma dat ik Puebla zal doen. Daarbij zijn dood, leven en wedergeboorte de thema’s waarop ik me concentreer.

Het cadeautje brengt mij bij de eigen fascinatie met de dood. Dan begint het lopen naar datgene waarvoor we hier zijn. We leren elkaar langzaam kennen, maken foto’s van de schoonheid die ons beeld vult en leggen onszelf op deze plek vast. Ik hoef eigenlijk niet meer uit te leggen dat de wandeling op het pad van de dood erg traag verloopt. Deze 2 km lange weg leidt naar de piramide van de maan. Rechts ervan staat die van de zon. Van waaruit we het pad betreden, zullen we eerst bij de piramide van de zon aankomen. Het ongeduld kookt wel ontzettend in mij. Ik wil tenminste de laatstgenoemde zeker beklimmen. Uiteindelijk laat ik het concept tijd langzaam los. Dan zijn we ongeveer op de helft van het pad der dood.

Aan de voet van de piramide van de zon. Het lijkt nog langzamer te gaan bij ons. Iedereen haalt in en vindt zijn weg naar de top van dit bouwwerk. Het ritme dat we aanhouden bezorgt mij allang geen ergernis meer. Waarom zou ik…? Mij bewust zijn van de schoonheid hier en zijn bij de interactie met Nik, geven voldoening en maken dat ik de energie op deze plek door me kan laten stromen. Ook de ander is zich bewust van de magie van hier, meer dan ik blijkt. Met het kussen van de eerste tree start ons klimtocht. Voordat we bij de top van dit kunstwerk zijn, hebben we al goed overzicht van het pad met alle ruines dat het verbindt. Nik: ‘Als je een mooi uitzicht hebt en een momet stilte neemt om ernaar te kijken, blijft het beeld voor altijd in je herinnering.’ Dat hoor ik aan en het vibreert in me. ‘Rust’, denk ik nogeens. We zetten voort en bereiken de top. Daar nemen we een break om te roken en praten nog wat. Even heb ik het over mijn partner: ‘het zou mooi zijn dit samen met Damien te ervaren.’

Het is tegen het einde van de middag en geen uitdaging een plek te vinden om alleen op de top van deze piramide te zijn. Na enkele minuten kletsen en nog wat foto’s maken, voelt Nik aan dat het me goed zal doen een moment alleen door te brengen. Hij vraagt dat en ik bevestig. Dan drijven mijn gedachten me langzaam terug in de tijd, naar het begin van de gedachte om te gaan reizen door Latijns Amerika. Om te zoeken naar iets: een schat waarvan ik eerst geen idee heb wat het is. Even lijken mijn oogballen te verdrinken in het oogvocht dat spontaan over mijn wang weg kruipt. Ja, ik ben trots dat ik dit ervaar. De zon straalt achter mij weet ik. Alsof het vanaf die plek een enorme steun in mijn rug is.  Vanaf de andere kant van de piramide waarop ik zit, heb ik hem aangekeken. Met alle respect uiteraard. Deze reis heb ik mezelf beloofd en veel anderen hebben geholpen het mogelijk te maken.

My search in the Moengo Festival of Visual Arts

TRANSLATION Cassandra Gummels-Relyveld

Art deserves its place in society. It is how we can preserve beliefs from the past and transfer them to the future. The artist that longs to say something keeps searching for that possibility.

 

Concept and purpose

Freedom is the theme and also the most important approach when working with children. Working from this theme can stimulate their thinking and their feeling. The purpose of starting a dialogue with children about freedom is reflected in different ways. It becomes a process in which philosophizing – an important basis for living with together – gets underway.

For me, participation in the Moengo Festival of Visual Arts (MFVA)  was one of those searches in which artists try to put the emphasis thinking, doing, talking and listening. What the viewer ultimately saw, heard and smelled, transported him to what was for some, a journey, and for others, something that felt like a struggle. In short, the festival took those that dared, along to a world where they could get a taste of the future. Those that could not, or did not want to understand this purpose of art, missed the interaction between the product and the process.

 

Process and product

From my fascination for ‘recording tomorrow today ’ I let children from Moengo – a region that was affected by the guerilla war in the interior and where my grandfather originates from – become familiar with me, each other and their parents or other adults. What struck me as one of the problems of this district: Very little initiative being taken, waiting for what? That is what I want to capture with my artwork. I find it especially important to make a work of art with the adults of the future. Children can thus already make art for their own children so that several generations can enjoy it. Consciously working towards your future and recording things based on your own convictions is an important area of focus for the children and myself. The result is an art installation consisting of ceramic masks made by the children. The piece is called ‘Tama Kibii Tide’ [recording tomorrow today]. There is also a collage of among other things drawings made by them – made to warm up to the assignment – which forms a diptych. It becomes a painting ‘Kinderen voor Kinderen’ [children for children]. This work captures the child in me and connects it to the children in Moengo.

In December when I visit OS Wonoredjo where ‘Tama Kibii Tide’, the installation with the masks, is presented on the façade, I notice immediately that only half of it is left. I think to myself that it is fortunate that I have also captured the process of sharing and receiving by the children in the diptych, which is now owned by the Kibii Foundation. I hope that this work will be carefully preserved, because this experience was truly special for the children from Moengo and for myself as well. Together we dared to tell a story. The story that belongs to our own reality where that is not shut off by circumstances beyond us. With this ideal I try to use art as a symbol for something that is timeless. And it is there that the children, the adults and myself meet one another.

 

‘CONTINUUM’

By philosophizing together with the children from Moengo, I have acquired a great deal of inspiration and frustration. As an individual and more importantly as an artist, I had the opportunity to think about time, place and mind. My views on this are expressed in my personal artwork ‘CONTINUUM’. This work came into being through the interaction with the children and is also inspired by talks with and feedback from Kurt Nahar and Tirzo Martha (artist from Curacao). In this piece I link two themes with each other: freedom and being bound. Then, even before the opening of the festival, certain works of art create quite a commotion. This included ‘CONTINUUM’, which consisted of various elements that surfaced during my quest for the sense and the nonsense of life.

Participation in this festival was a great opportunity and pushed me in a certain direction. More importantly, it gives me a sense of recognition and this has touched me. A number of faithful people from Moengo expressed their great appreciation of me. It is clear that the work does something to them. The context, in which that part of the community places some of the artworks, is good. They are followers of the church who fear that these works of art can evoke spirits that cannot be exorcised. In my opinion, all the commotion surrounding these works can actually serve to stimulate independent thought.  Several artists share their opinion of the commotion in articles in the newspaper ‘de Ware Tijd’. At least twice I read that they felt that certain artists did not take the feelings of the local community into account. In their ‘educated opinion’– formed during their art studies – I see a reflection of the reluctance in our society. That is a pity, I believe. That works of art are criticized is excellent! What I find incomprehensible is what they mean by: the artists did not think about the context of the community. A small voice deep within me sadly says: “That is exactly what I mean when I want to differentiate between the creators of nice pictures and artists. Unfortunately I still see a bit too much of the former when I look around me.”

 

Prologue

I consciously steer away from each conviction that calls for the making of art that is commonplace and/or must take the fears of a community into account. Or rather, it strikes me deep within my heart to nowadays make art that has to take anything into account. When I ask myself what it is that drives me as an artist, I come to this conclusion: dare to take my head out of the sand and move people to reflect. I finally realize that artists, who think like this, make a community more alive.

That a work of art can have multiple meanings is nothing new. Collecting the various interpretations is important to the process preceding its development. Marcel Pinas puts this in motion in Moengo, Marowijne. It is to become the largest art district in Suriname. Marcel himself might not see this come to fruition. But daring to plant a seed from a vision for development is very brave. This I greatly admire. A festival like this, with excesses in various forms of cooperation and commotion, gives sufficient space to different parties to start thinking and to dare. What it asks of the artists is that they get to work and search for alternative methods, forms and techniques in order to renew their work. That is how I myself experience this initiative. I also hope that this serves as a stimulus to those other artists who even now in 2015, still think and act with great reserve and avoid challenges. I look back upon my participation in MFVA 2015 with great satisfaction. Working with children from the district Marowijne continuously for eight weeks, in addition to working with other artists, has certainly done something to me. Conversely I have, together with the other artists, also made a significant contribution to Marcel Pinas mission: Making Marowijne the art district of Suriname. Now it is Paramaribo’s turn.

 

Encore

After the conclusion of the festival I hear a little girl of about 6 years old, while pointing towards one of the ‘ghosts’ from the installation ‘Moengo Wake Up And Live’, say that they will wake up and stand up in the evening. I wonder where she got that. It would appear that she has heard the grownups talking. Something else that I notice in Moengo is the phenomenon of men hanging out or loitering in front of stores instead of youngsters doing so. For me some proof that Marcel Pinas, who focuses on the youth, is doing good work. “Did the MFVA put the finger on the right wound?” I wonder.

Published in the Suriname Art Xposed Magazine (SAX 11)

Indrukken op weg

De reis naar het maken van ‘Aisa Aya’ begint. Het is 25 mei 2017 en ik vertrek voor artist in residence. Ik heb er veel zin in. Vanaf Paramaribo vlieg ik naar Miami. Dan blijf ik een nacht bij Rosie en Roy Gordon slapen. De volgende ochtend ga ik verder.

Nadat ik in Miami land, ga ik rechtstreeks naar PAMM (Perez Art Museum Miami) waar ik Rosie Gorden (oprichter van Diaspora Vibe) ontmoet. Hier is er een expositie van John Dunkley’s werk. Deze Jamaicaanse kunstenaar is tot dit moment bij mij nog onbekend. Een vaag beeld met overeenkomsten van dat wat hier wordt gepresenteerd lijkt genageld in mijn herinnering. Misschien heb ik zijn werk eerder gezien, of over hem gelezen? “Toen dus niet veel indruk op mij gemaakt”, concludeer ik. Door de bijbehorende Art Talk van Nicole Smythe-Johnson en Diana Nawi verandert dit. Ondanks dat ik van slaap bijna omver val in de zaal waar de presentatie wordt gehouden, maken Dunkley en zijn werk nu wel indruk op mij. De presentatie over de maker, zijn stijl en techniek voedt de zaal rijkelijk. Zo sla ik mijn eerste indrukken van deze reis op.

In ‘Museo de Arte Moderno de Mexico’ raak ik erg onder de indruk door werk van German Cueto. “Wat een harmonisatie in het gebruik van vorm en techniek”, denk ik bij mezelf. In zijn werken zie ik mannelijkheid en vrouwelijkheid in balans met elkaar. Hierin ontstaat er synergie, wat het materiaal magisch transformeert. De dialoog die Cuerto’s werk met mij aangaat, is boeiender dan die van de andere werken in dezelfde zaal. Ik raak erdoor geïnspireerd. “Zo zou ik Aisa Aya ook vorm kunnen geven”, schiet voorbij in mijn hoofd.

Werken German Cueto.

In een andere zaal neemt de inspiratie in mij toe. Aan de buitenwand van deze zaal staat een prachtig abstract beeld, wat mij hartelijk uitnodigt om naar binnen te gaan. Dan kom ik werk van Jean Arp tegen. Als ik eenmaal gevangen ben door de beelden die ik hier zie, realiseer ik me de worsteling die ik zelf heb met het maken van abstracte werken. “Of is het meer de moeilijkheid om herkenning los te laten?” Adembenemend is wat ik in deze ruimte ervaar. De kracht van die eenvoud neemt me mee. Later (op weg terug naar Hostal 333) wanneer ik ontdek dat ik mijn portemonnee kwijt ben, schieten de beelden die ik heb opgeslagen van Arp mij te hulp, om mijn emotie te kunnen verwerken. Gelijk denk ik aan de gekleurde vellen A4 die ergens onderaan in mijn back pack liggen. Dan haal ik de attributen die nodig zijn tevoorschijn, om zo zelf aan de slag te gaan met eenvoudige vormen. De eerste werken uit de serie collages ontstaan. Zo komt het verdriet van mijn verloren portemonnee aan een eind.

Werken collectie Arp Foundation.

Tijdens mijn eerste museum ervaring in Mexico Stad maak ik verder kennis met de grote Mexicaanse kunstenaars Diego Rivera, David Alfaro Siqueiros en Manuel Rodriguez Lozano.  Van de eerste twee ben in overtuigd van Vincent van Gogh’s invloed. Het werk van de derde neemt me mee naar Pablo Picasso zijn blauwe periode, en mijn eigen zwarte tijdperk. “In Lozano’s werken kan ik communiceren met de dood”, weet ik mezelf zachtjes te vertellen. Aan het eind van de dag ben tevreden over mijn bezoek aan ‘Museo de Arte Moderno de Mexico’.

Werken Diego Rivera.

Werken David Alfaro Siqueiros.

Werken Manuel Rodriguez Lozano.

De volgende dagen gaat het bezoeken van musea natuurlijk door. Ik maak goed gebruik van een ‘Lonely Planet’ handleiding in combinatie met een kaart van het centrum van Mexico City. Deze kaart, die ik bij aankomst op de airport heb kunnen bemachtigen, is gedurende de hele tijd mijn beste vriend. Mijn mobiel die vol gebreken is, kan de geavanceerdheid van de ‘Google Map’ app niet aan. Zelf vind ik het prettiger én erg leuk om een grote map uit te vouwen en dan te bestuderen. Zo zoekend bezig zijn geeft mij veel meer het gevoel dat ik op ontdekkingsreis ben.

Gebouw Museo de Arte Popular.

Met de metro op stap gaat heel makkelijk in Mexico City. Het is een wat minder ingewikkeld systeem dan die van New York bijvoorbeeld. Dus ik ga lekker mijn gang en bezoek in de week dat ik me vermaak in deze grote stad, vol van musea en betaalbaar eten, nog de volgende musea: ‘Palacio de Bellas Artes’, ‘Museo de Arte Popular’, ‘Museo Mural Diego Rivera’, ‘Museo Tamayo’, ‘Museo Nacional de Arte’ en ‘Museo Nacional de Antropología’. Met uitzondering van ‘Palacio de Bellas Artes’, waar ik te dicht op de immense murals van Rivera en Siqueiros moet staan, geniet ik van alle andere bezoeken. Uiteindelijk ontdek ik nog werk van Rufino Tamayo. Ook zijn werken spreken me aan. Hierin zie in een zekere wreedheid terug. Misschien meer verborgen dan in de werken van Francis Bacon, van wie er ook een werk in het museum van Tamayo te zien is. “Zou het die wreedheid, waarvan ik vind dat die iets te onderontwikkeld is bij mij, zijn die mij het meeste fascineert in deze werken?”

Werken Rufino Tamayo.

Behalve genieten van de variatie aan beeldende kunst, raak ik onder de indruk van de collectie die ‘Museo Nacional de Antropología’ heeft. Het gebouw alleen is al een lust om te ervaren. Maar het wordt een zoektocht om het te vinden. Omdat dit museum en dat van Tamayo in een park liggen, waarbij de bomen zo dicht op elkaar zijn dat je nauwelijks de gebouwen kunt zien, loop ik ze heel makkelijk voorbij. Nadat ik van een aantal mensen de aanwijzingen krijg en het nationaal museum voor antropologie nog niet vind, geef ik het op. Ik besluit naar dat van Tamayo te gaan. Met “deze is toch niet zo ver van de vorige en mogelijk ben ik intussen dichterbij ervan”, weet ik mezelf te troosten. Door al dat lopen, voel ik het al aardig in mijn rug. Zodra ik, weer na aanwijzingen van mensen, denk te zijn bij ‘Museo Tamayo’ en dat ook bevestigd krijg van een mevrouw die ik voor alle zekerheid nogeens vraag, blijkt dat het gebouw dat van het museum voor antropologie is. Nou, ik blij en dankbaar dus. Dan breng ik de rest van de middag hierin door. Ik geniet op mijn gemak van de zeer uitgebreide collectie. Eerst bekijk ik de collecties op de begane vloer, neem een lunch pauze en vervolg met de collectie op de verdieping.

Indrukken ‘Museo Nacional de Antropología’.

Tot mijn verbazing kom ik na mijn bezoek aan het antropologisch museum, op weg naar het metrostation, alsnog langs ‘Museo Tamayo’. Het blijkt dan nog open te zijn tot 20.30 uur, en gratis. Dus trek ik nog even door. Zo eindig ik mijn musea tour in Mexico City. De volgende dag is bestemd voor de trip naar de piramiden van Teotihuacan. In een volgende blog vertel ik over deze ervaring.